Parts of Speech: Nouns, Verbs & Adjectives
Sharpen your grammar by spotting nouns, verbs, adjectives, and more. A clear, practical English Language Arts quiz for upper-elementary and middle school.
8
vragen
~4 min
speeltijd
3
vraagtypen
Gratis
om te presenteren
Bekijken en bewerkenPresenteer deze quiz liveGeef op als huiswerk
Gratis account. Leerlingen hebben alleen de PIN nodig.Heb je een spel-PIN? →
Vragen in deze quiz
Speel de eerste 3 gratis. De rest blijft vergrendeld totdat je je aanmeldt.
- Vraag 1 van 3
Which word in this sentence is a noun? 'The happy dog ran quickly.'Tik op een antwoord
Meerkeuze
- Vraag 2 · ontgrendeld na vraag 1
- Vraag 3 · ontgrendeld na vraag 2
- An adverb often describes how an action is done.Waar / Niet waar
- 'Run', 'jump', and 'think' are all nouns.Waar / Niet waar
- Which word is a pronoun?Meerkeuze
- What part of speech is the word 'quickly'? (one word)Typ Antwoord
- Which word is a preposition? 'The cat sat under the table.'Meerkeuze
Wil je dit met je klas spelen?
Maak een gratis account aan om de quiz live te presenteren, als huiswerk op te geven of te kopiëren en de vragen aan te passen.
Gratis registreren. Geen creditcard nodig.